Het TiO-concept lijkt aan te slaan in Nederland. Waren er in september 2007 ruim veertig scholen in het voortgezet onderwijs die begonnen met het schrijfhulpcomputerprogramma, een jaar later zijn het er al honderd. Maar wat zijn de ervaringen van scholen met dit schrijfprogramma? LTM vroeg naar de ervaringen van Thea Tigchelaar, docente Nederlands aan het Dongemond College in Raamsdonkveer, die al in een vroeg stadium met het programma ging werken.
Thea Tichgelaar in
Levende Talen (juli 2008)
De logische basis van de methode is oefenen, zegt Bok. Gewoon kilometers maken. Net als bij lopen en praten. (...) ‘Drie keer schrijfoefening per jaar is net zoiets als drie keer tennisles’, zegt Ad Bok. ‘Na dat jaar kun je echt niet tennissen. Je moet het dus veel vaker doen, en dat kan alleen met behulp van de computer.’
Ad Bok in de Volkskrant (30 oktober 2007)
Het moet gezegd dat er veel origineels in het programma zit. Zo vind je achter 'Verbeteren' het onderdeel 'Helder', dat onder meer leidt naar 'Stofzuigen', een mooi gevonden term voor de aansporing overbodige woorden en woordjes weg te halen. Maar leerlingen worden ook voortdurend op gedachten gebracht, met zinnetjes als 'Kijk er eens naar alsof je een mier was' of 'Hoe ging dat vroeger?' Ook over spelling en grammatica doet het programma alleen suggesties. Je tekst even snel elders door een checker halen gaat niet, want te knippen en plakken valt er niks.
Liesbeth Koenen in NRC Handelsblad (19 mei 2007)