Achtergrond

Oorsprong

De ontwikkeling van TiO is een oorspronkelijk initiatief  uit 1998 van het Bureau voor Educatieve Ontwerpen te Rosmalen. TiO staat voor ‘Taalonderwijs in Ontwikkeling’ en is gericht op het ontwikkelen van digitale innovatieve taal-leeromgevingen


Achtergronden

De educatieve taalprogramma’s zijn gebaseerd op moderne opvattingen uit de leerpsychologie over taalontwikkeling en taalonderwijs. De opvattingen komen o.a. voort uit het proefschrift van Ad Bok, Taalonderwijs in Ontwikkeling, Heeswijk-Dinther, 1998.

Motieven

Bijna 400 taaldocenten omarmen TiO om verschillende redenen:
A. Men ziet TiO als een uniek hulpmiddel voor schriftelijke taalvaardigheid.
Leraren erkennen de cruciale rol van schrijfvaardigheid voor alle vormen van studie en maatschappelijke communicatie. Leraren hebben onvoldoende tijd en didactiek om 200 leerlingen frequent schriftelijk te begeleiden.
B. Men ziet TiO als een instrument dat leerlingen stimuleert om méér verantwoordelijkheid te leren dragen voor hun eigen leerproces.
C. Door TiO groeien docenten naar hun rol van coach van leerprocessen. Zij ervaren dat leerprocessen ook buiten hun interventie tot stand komen.
D. Men ervaart het programma als een zeer zinvolle invulling van het streven van de school om ICT een geïntegreerde plaats te geven in het onderwijs.

Intensiteit

TiO is gebaseerd op het principe van Time on Task: Hoe langer en intensiever de leerling in het programma werkzaam is, hoe groter het leereffect. Wie intensief in TiO werkt, ontkomt niet aan leren.
Het betekent dat de taak van de docent vooral is gericht op het stimuleren van de voortgang van het leerproces.

Leerdoelen

1. TiO is gericht op het ontwikkelen van kennis én competenties.


Voorbeeld: TiO leert leerlingen niet om een tekst gestandaardiseerd te openen. Het programma reikt talrijke tekstopeningen aan, waaruit leerlingen het vermogen construeren om zélf een adequate opening te genereren (constructivistisch leren).

2. Het programma helpt leerlingen om steeds betere taalproducten af te leveren, maar is er expliciet óók op gericht leerprocessen te bewerkstelligen, waardoor het zichzelf overbodig maakt.

Voorbeeld: Leerlingen krijgen zeer veel hulpinstrumenten aangereikt om hun eigen tekst helderder te maken door een betere structuur. Na verloop van tijd zegt een leerling: ‘Ik maak steeds minder gebruik van de structuurknop; ik weet het zelf wel.’

Bureau voor Educatieve Ontwerpen  -  Rosmalen